SCALDIS

TENTOONSTELLING OVER LEVEN LANGS EN IN DE SCHELDE TE OUDENAARDE

verlengd tot 5 maart 2017

 

 

Ooit werd er om deze stad gevochten: om haar plek aan de rivier, om haar vesting aan de grens, ze werd omwald en ontwald, er werd in gehandeld en liefgehad. De Schelde stroomde al die tijd maar door. Ooit werd de loop van de straten er uitgetekend door de meanders van het water: men waande zich er in ‘klein Brugge’ - of ‘heel klein Venetië’ zo u wilt. Wie vandaag langs de Scheldeboorden flaneert, gaat een rechte weg, maar de geschiedenis is er nog lang niet weggespoeld. Voor het verhaal van een stad en haar stroom moet je vanaf nu in het MOU zijn.

Alles dankt de stad aan haar stroom. Oudenaarde ontstond aan de grens (van het Duitse en het Franse Rijk) als verdedigingsvestiging. Al snel nam de handel het echter over van de strijd, hoewel er nog af en toe veldslagen werden beslecht en de heren van Oudenaarde en Pamele grote sier maakten met de tolgelden die ze aan de stuwsluizen en bruggen overhielden. De lakenhandel voer over de Schelde, de tapijthandel vertrok van hieruit naar de wereld en de schepen met Doornikse hardsteen die de Scheldegotiek zou dragen, zochten zich een weg door de stad. Gilden verenigden er zich, de reformatie maakte opgeld, het gewoel van Spaanse en Oostenrijkse keizers en heersers werd er soms hard gevoeld. De Schelde maakte van de vesting een stad.

 

De schepen werden er eeuw na eeuw groter en de inwoners groeven er nieuwe Scheldebeddingen, sneden bochten af, dempten zijarmen en sloten. Wie een kaart van het achttiende eeuwse Oudenaarde of zelfs maar een postkaart van een goede honderd jaar geleden te zien krijgt waant zich op een andere plek. Een oplettend oog ziet echter nu nog de oude contouren van de rivier in het stadsplan. De straatnamen echoën hun vroegere ligging: Burgscheldestraat, Smallendam, Dijkstraat, Tussenbruggen.

De tentoonstelling in het MOU voert je mee door die gezamenlijke geschiedenis van de stroom en de stad, en vertelt je hoe handel, krijgsgeweld en de loop van de natuur de stad maakte tot wat ze nu is.

In de majestueuze Lakenhalle wordt het verhaal verteld van de tapijtsiersfamilie “Van Verren”. Drie generaties handelaars in de wereldbefaamde Vlaamse wandkleden passeren er de revue. Allen vervoerden hun waar in steeds efficiëntere binnenschepen, zoals de maquettes uit het MAS getuigen.

 

De hoofdmoot van de tentoonstelling volgt de handel en wandel, het bouwen en verbouwen in en aan de stad. De beroemde maquette van Nézot (1746) van Oudenaarde verschafte de basis voor een interactieve tafel waar je in detail de evolutie van stad volgt doorheen de eeuwen.

 

De Ferrariskaarten van de jaren 1770 tonen dan weer in ongeziene pracht en detail hoe de stad en de Scheldevallei er toen bij lagen. Je kan er de boorden van de Schelde en het groen bijna op aanraken.

 

Het duurde tot het midden van de 20ste eeuw voor de stad er wat ging uitzien zoals vandaag, voor alle kleine zijtakken van de stroom plaats maakten voor een moderner stadsweefsel. De stroom mag dan van loop zijn veranderd en de stad mag dan haar plaats hebben ingenomen, de Scheldevallei blijft ook een bedding voor de natuur. Het cultureel erfgoed wordt aangevuld met haar ecologisch schatten langs de boorden en de heuvels aan de stroom waar nog oorspronkelijke hyacintbossen, libellen, vogels en waterbloemen te vinden zijn.

 

In het MOU vind je dat grote verhaal, maar ook de kleine verhalen die samen geschiedenis maken. Zoals het verhaal van die keer toen de laatste steur gevangen werd in de stad. En weet je van nog toen er werd geschaatst op de meersen? En hoe werkte die middeleeuwse sluis nu weer?

 

 

 

 


© MOU Museum Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen - design Digital Cordon Bleu